Piet Roovershuis

Dit is de website van de Stichting Woonwerkplaats
Piet Roovershuis.

Foto: Rick Messemaker

Doel van de stichting: 

Het aanbieden van passende huisvesting, van atelier- en werkruimten en andere voorzieningen voor oudere kunstenaars en aanverwante beroepsgroepen teneinde hen zo lang mogelijk in staat te stellen tot zelfstandige uitoefening van hun professie. Voor dat doel heeft Woonbron in Rotterdam het Jan van der Ploeghuis in het Oude Noorden beschikbaar gesteld: Jan van der Ploeg meets Piet Roovers.

Wij en de kunstenaars

De Rotterdamse kunstenaar Piet Roovers, tevens naamgever van onze stichting,  overleed op 72-jarige leeftijd. Gelet op zijn levensmotto ‘onaangepastheid’ zal hij zich wellicht niet druk gemaakt hebben over de vraag hoe hij op oudere leeftijd nog als kunstenaar vooruit kon.

Piet Roovers 1924 – 1997

De Rotterdamse schilder en graficus Piet Roovers was een kunstenaar die zijn bekendheid vooral in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw heeft verworven. Hij maakte destijds met o.a. Wally Elenbaas en Daniel den Dikkenboer deel uit van de Venstergroep in Rotterdam; een groep kunstenaars die veelal werkte vanuit de grafische werkplaats van ’t Venster in de Gouvernestraat. Roovers concentreerde zich in deze periode op het lithograferen. Bladen van een kleurrijk, labyrintisch karakter, als een soort intieme zoektocht op papier naar het elkaar verdragen van afwijkende kleurcombinaties en meer of minder herkenbare, geaccentueerde vormen, die aan Paul Klee doen denken. 

Op zijn latere schilderijen gunde Roovers zichzelf meer vrijheid. In de jaren tachtig werd het penseelschrift minder sonoor. Met zijn non-figuratieve stijl was hij zijn tijd ver vooruit. Hij ‘schreef’, naar eigen zeggen, kleine schilderingen; juist die bescheiden kleurschetsen, thematisch uiteenlopend en zwevend tussen figuratie en abstractie, staan dicht bij de introverte man die Roovers was. Doordat hij op vele scholen lesgaf, zal menige Rotterdammer hem tegelijkertijd herinneren als een vakman die in zijn opinies, meestal opgetekend in enkele bekende Rotterdamse bruine cafés, geen blad voor de mond nam. 

Werk van hem is opgenomen in de collectie van Boijmans van Beuningen. 

Onderstaande tekst van Dolf Welling is overgenomen uit Piet Roovers 1924-1997, CBK Rotterdam/Stichting Uitgeverij Duo/Duo, Rotterdam 1999)

De graficus Piet Roovers werd een sterke schilder

Wanneer hij flink de hoogte had, liet Piet Roovers zijn collega’s in Pardoel wel eens luidkeels weten dat hij de grootste schilder van Rotterdam was. Pardoel was een klein café in de door het bombardement gespaarde Oude Binnenweg. In de kaalgeslagen en kille stad was het een warm, zij het benauwd toevluchtsoord voor kunstenaars zoals later geen sociëteit dat bleek te kunnen worden.

De kreet van Roovers was koddig. Hij werd altijd Pietje genoemd. Dat sloeg op zijn korte gestalte. In ‘t Venster deelde hij een grafische werkplaats met onder anderen Wall y Elenbaas en Daniel den Dikkenboer die beiden meer dan een kop groter waren. Maar ook de aard van z ijn werk bracht mee, dat hij als  kunstenaar  niet  helemaal  voor  vol  werd  aangezien. En opeens, in de jaren zeventig, maakte hij als schilder zijn bewering op een verrassende manier waar. Opeens bleek dat hij tot de besten behoorde.  Tot nu toe is dat feit tot maar een kleine kring doorgedrongen. Deze publicatie wil die kring vergroten.

Piet Roovers werd geschoold om, zoals dat toen heette, een bruikbaar lid te worden van een samenleving die onveranderlijk leek en waarin ieders plaats door zijn of haar afkomst definitief bepaald was. Zijn plaats zo u die va n een gehoo rzame werkm an zijn. Hij kreeg daartoe ‘uitgebreid lager onderwijs’ (ULO) en ambachtsschool. Maar hij voelde zich pas op zijn ware plaats in het !even toen hij ging schilderen. Met diverse klussen bekostigde hij zijn opleiding aan de Rotterdamse academie waar hij achteraf weinig waardering voor heeft geuit.

De bezetting van het land dwong hem om onder  te  duiken  en  dat deed hij in Volendam . Hij had daar een jofele tijd in het hotelletje van  twee tegemoetkomende dames  en  verdiende  wat  geld  met  het  schilderen  van portretten, een landschap je en vee.

Na de oorlog ging hij !es geven aan de Volkshogeschool in Rockanje en vervolgens kreeg hij als taak, in München mee te werken aan de opvang van krijgsgevangenen . Van daar vertrok hij naar Zwitserland waar kunstenaars volgens zijn zeggen ‘zaten te Mondrianen’. Ook het voorbeeld van Arp was in tel. In de tijd van de manifestatie Rotterdam Ahoy’ keerde hij terug naar Nederland. Het leek hem of hier de klok was blijven stil staan. Alleen in ‘t Venster zag hij werk dat hem in de nieuwe tijd leek te passen.

‘t Venster was onderdeel van het werk van de stichting voor vrije volksontwikkeling ‘Ons huis’. Er was een filmtheater met een sobere foyer waar ook exposities van nieuwe kunst werden gehouden. Tijdens openingen kon  men,  zittend  op  !age  houten  banken  of  staand aan  kleine tafels gratis thee drinken of tegen betaling niet-alcoholische dranken. Achter die foyer was in een twintig meter lange ruimte een grafisch atelier met een, later twee lithopersen. Roovers was behulpzaam bij de inrichting van tentoonstellingen en hij werd in 1950 de trouwste gebruiker van de grafische werkplaats.

Destijds gingen de meeste kunstenaars te werk op een manier die naar huidige opvattingen nogal wereldvreemd was. Ze legden zich toe op hun kunst, zonder als ‘ondernemers’ door zakelijke overwegingen te worden geleid. De grafici in ‘t Venster – onder wie met Roovers ook vooral Wally Elenbaas en Daniel den Dikkenboer – maakten uitsluitend eigenhandige drukken. De meeste grafiek wordt tegenwoordig vervaardigd in een gespecialiseerd bedrijf met grafische vaklieden. In ‘t Venster werd gewerkt op een manier die door vakdrukkers zowel zakelijk als technisch als ondoenlijk beschouwd zou zijn.

De kunstenaars vatten de grafiek op als een creatief avontuur. Ze hielden zich niet aan geijkte methoden maar verkenden de techniek als een nieuw terrein. Onder meer ontwikkelden zij een methode om van dezelfde steen meer dan één kleur te drukken. Tijdens de druk besloten zij soms tot veranderingen op de steen. Het kwam voor dat zij maar enkele proefdrukken handhaafden. In de regel maakten zij kleine oplagen. Tenzij een in het buitenland reizende expositie tot een grotere omzet leidde werden van elk blad zelden meer dan 12 drukken getrokken.

Voor zijn inkomen was Roovers jarenlang voornamelijk aangewezen op lesgeven. Als in zijn woning de onverkochte prenten zich opstapelden, gooide hij er soms wat in de Maas. Daar had hij later we spijt van. Hij maakte in de jaren vijftig litho’s waarin lijnstukken met koppen als lucifers over een gekleurde ondergrond met enkele kleurvlakken  speelden. Op andere bladen geven verbrokkelde zwarte lijnen tegenspel aan kleurvlakken van verschillend formaat. Naast dat abstracte  werk  kwamen ook bladen voor waarop mens- en dierfiguren herkenbaar zijn. Het geheel kon op een patroon lijken , maar had in feite een verscheidenheid zonder herhaling. Hij kreeg er een bestelling op voor een schoolprent.

Om zijn uitgesproken bewondering voor Paul Klee werd hij door collega’s wel ‘Pietje Klee’ genoemd. De meer figuratieve bladen hebben toch meer van de trant van ‘Cobra’. De grafici van ‘t Venster exposeerden in Amsterdam in dezelfde galerie (d’Eendt in de Spuistraat) waar Corneille, Appel en andere experimentelen hun werk toonden – toen ze nog niet beroemd en duur waren. Maar de in het vlak gehouden composities van Roovers waren toch meer decoratief dan expressief Men kan zich die werken uitgevoerd denken als wanden van sectieltegels of als tapijten.

Een grote verandering was zich in het begin van de jaren zestig aan het voltrekken. Op een expositie bij de Kunststichting aan het Zuidplein toonde Roovers in 196I monotypes. De monotype is een prent die ontstaat met een methode die tussen het schilderen en de grafiek in ligt. De schildering wordt aangebracht op een vlak dat de verf niet vasthoudt, op een glasplaat bijvoorbeeld. Op zo’n vlak wordt even direct geschilderd als op doek. Ook gebruikt de kunstenaar een lijviger materie dan bij de lithografie. Bij het overbrengen van de schildering op papier kan hij desgewenst nog grillige effekten teweegbrengen.

Maar Roovers steunde bij dat werk niet op toevalseffekten. Zijn directe schildering op het vlak is alles wat hij beoogde. De afdruk is een unicum. Op de tentoonstelling van 1961 waren twee groepen te onderscheiden. De composities van de vroegste monotypes hebben grotere vormen dan de litho’s die men van hem kende. Ze zijn beeldender, met in zwarte lijnformaties gevatte kleurpartijen. De andere groep bestond uit drukken waarin het onderscheid tussen lijnen en kleuren was opgeheven. De lijnen zijn op die bladen brede vegen: de neerslag van forse schildergebaren. Het resultaat is soms expressiever dan al het voorafgaande werk. Een grijze, doorwerkte horizontale partij op een warmere ondergrond geeft bijvoorbeeld de indruk van een diep doorvoelde desolaatheid.

De graficus Roovers was schilder geworden en als zodanig ontplooide hij zich verrassend, op grote doeken. Daarbij had hij toch behoefte aan een eerste opzet in de vorm van kleine tekeningen of schilderijtjes.

Wanneer hij zich in de ruimte van het blanke doek begaf, wilde hij al precies weten waar het naartoe moest. Nadat hij enkele jaren niets van zich had laten horen, exposeerde hij resultaten waarmee hij een aanzienlijke eigen inbreng had in de schilderkunst van die  jaren.  Mogelijk was  het voorbeeld van Franse of Amerikaanse abstract-expressionisten stimulerend voor hem geweest. In elk geval: Pietje was een Piet geworden.

Niet in musea was dat nieuwe werk te zien, maar in het Lijnbaancentrum van de Rotterdamse Kunststichtingen in enkele galerieën. Het waren geen samenstellen van kleine vormen meer. Op meer dan een meter brede doeken sluiten zich op het vlak brede diagonalen aaneen tot een ruitvorm. Soms ook snijdt de rand een excentrisch geplaatste ruitvorm of driehoek af. Deze en andere brede lijnen wekken vaak een indruk van ruimtelijkheid en, bij knooppunten, ook van spanning. Naast zwart en wit komen met mate ook lichtblauw, lichtgroen, lichtbruin, lichtgeel en spaarzaam lichtrood voor.  De schilderijen zijn naar achteren en naar terzijde expansief in die zin dat ze groter lijken dan de doekmaat.

In de jaren tachtig werd het penseelschrift minder sonoor. Het is alsof het zich met een eigen wil op het vlak beweegt, met een vulkanische onstuimigheid. Soms rijst het als een heftige pluim boven een bergachtige vorm op. Er is geen benoembare figuratie maar men ervaart deze schilderijen ook niet als abstracties. Deze late fase van het oeuvre kon nog grote verwachtingen wekken, maar doordat de kunstenaar op 72-jarige leeftijd overleed is deze bloei in 1997 tot stilstand gekomen.

Wij en de kunstenaars

De Rotterdamse kunstenaar Piet Roovers, tevens naamgever van onze stichting,  overleed op 72-jarige leeftijd. Gelet op zijn levensmotto ‘onaangepastheid’ zal hij zich wellicht niet druk gemaakt hebben over de vraag hoe hij op oudere leeftijd nog als kunstenaar vooruit kon. Anderen stelden zichzelf die vraag wel zeker nadat zij na een noodgedwongen opname in een woonvoorziening voor ouderen hun creatieve uitingsmogelijkheden, bij gebrek aan een atelierruimte, in rook zagen opgaan. Voor oudere kunstenaars is dit een horrorscenario: hun werk is immers een essentieel deel van hun leven. Zij gaan niet met pensioen maar blijven werken zolang zij dat kunnen. Parallel aan het kleiner worden van de leefwereld, nemen de mogelijkheden om deel te nemen aan culturele activiteiten die nodig zijn om inspiratie op te doen voor het werk, af. Om geïnspireerd te kunnen blijven werken, is het voor oudere kunstenaars belangrijk om hun leefwereld optimaal uitdagend te houden. De ontmoeting met elkaar en met buurtbewoners is daarvoor onontbeerlijk. 

Dat Rotterdam een plek ontbeert waar oudere kunstenaars terecht kunnen om zowel te wonen als door te kunnen blijven te werken, was voor een aantal Rotterdammers aanleiding om de krachten te bundelen en zich te beijveren voor een dergelijke woon-werkvoorziening. Vergelijkbare initiatieven werden eerder in Tilburg en Amsterdam gerealiseerd. Om ook in Rotterdam zo’n project van de grond te krijgen werd in 2015 de Stichting Woonwerkplaats Piet Roovershuis opgericht. Het stichtingsbestuur bestaat uit leden afkomstig uit of gelieerd aan de kunstsector en leden met een volkshuisvestelijke of ambtelijke achtergrond. 

Het bestuur van de stichting is anno 2019 als volgt samengesteld: Gera Esser (voorzitter en opvolger van Rob de Moes), Jolita Meuldijk (secretaris), Leks Verzijlbergh (penningmeester), Corrine Oudijk, Mary Olman, Dineke Baart en Wim de Boek (leden). Andries van Wijngaarden (architect) is als adviseur aan de stichting verbonden.

Na een lange zoektocht naar steeds minder beschikbare panden (lang leve de neoliberale woningmarkt! ), heeft de stichting haar oog laten vallen op het Jan van der Ploeghuis in het Oude Noorden. Omdat het pand enkele malen van eigenaar/beheerder wisselde heeft het ruim twee jaar geduurd om tot afspraken met de uiteindelijke verhuurder te komen over de huisvesting van oudere kunstenaars. In de tussenliggende periode heeft het stichtingsbestuur al wel draagvlak gecreëerd middels de organisatie van een aantal culturele activiteiten in het Jan van der Ploeghuis. Daartoe werken wij samen met de bewonerscommissie en andere actieve vrijwilligers in de wijk. Een subsidie van Citylab 010 stelde ons in staat om deze activiteiten ook financieel mogelijk te maken.

In het Jan van der Ploeghuis, dat bestaat uit ruim 70 2- en 3-kamerappartementen werken wij samen met de SKAR. Zij zal de toekomstige atelierruimtes in het gebouw gaan beheren. Een aantal kantoren en logeerkamers die nu leeg staan, zullen voor dat doel worden gebruikt. Kunstenaars huren dan een appartement bij Woonbron en een atelier bij de SKAR. Daarnaast is er een buurtatelier beschikbaar waar kunstenaars, hetzij gezamenlijk kunnen werken, hetzij workshops en cursussen voor de buurt verzorgen. Er is eveneens een algemene ruimte annex restaurant beschikbaar die bewoners de mogelijkheid geeft tot (on)geplande ontmoetingen. Uiteindelijk zullen er zo’n 30 kunstenaars komen wonen. 

Vanzelfsprekend zijn de woningen bereikbaar per lift, volledig rolstoeltoegankelijk en levensloopbestendig en zo nodig geschikt voor het bieden van intensieve thuiszorg. Dit maakt verhuizing naar een verpleeghuis slechts dan noodzakelijk wanneer men de regie over het eigen leven niet meer heeft.

Voorlichting aan kandidaat huurders, oktober 2019

Aanmelden

Heeft u belangstelling voor een appartement in het Jan van der Ploeghuis? Meldt u dan aan bij onze stichting via pietroovershuis@gmail.com onder vermelding van naam, adres, emailadres en telefoonnummer. Het stichtingsbestuur draagt kandidaten voor bij Woonbron. Kandidaten worden geacht professioneel kunstenaar te zijn, minimaal 55+ en eventueel bereid om in het buurtatelier in het Jan van der Ploeghuis workshops, cursussen, e.d. te verzorgen. Wij proberen zoveel mogelijk kunstenaars uit verschillende disciplines te selecteren. 

Formulieren

Om in aanmerking te komen voor een appartement in het Jan van der Ploeghuis heeft Woonbron, de verhuurder, een aantal gegevens van u nodig. Daarvoor moet u wel een paar bureaucratische hobbels nemen. Zo dient u over een inschrijving bij woonnetrijnmond.nl te beschikken. Sowieso handig als u (op termijn) een verhuizing overweegt binnen de regio. Woonbron wil daarnaast een kopie van uw bankpas en uw identiteitsbewijs en een uittreksel van uw adreshistorie (op te vragen via mijnoverheid.nl). Ook uw inkomen is van belang: u moet een inkomensverklaring van de Belastingdienst over 2018  overleggen, een jaaropgave en eventueel drie recente loonstroken. Tenslotte wil Woonbron een Verhuurdersverklaring

Nieuwsbrief Stichting Woonwerkplaats Piet Roovershuis

     Nieuwsbrief 5

 

Rotterdam, 4 februari 2020 

Beste sympathisant, 

Met trots laten we weten dat de eerste kunstenaars hun intrek hebben genomen in Woonwerkplaats Piet Roovershuis. Echte pioniers zijn het, die kwartier maken voor de toekomstige nieuwe bewoners, want wij verwachten dit jaar nog tenminste drie woningen te kunnen aanbieden. Over de ontwikkeling van het buurtatelier en de verhuur van vijf particuliere ateliers zijn wij volop met de bewoners en met Woonbron in overleg. De entree van het complex bevindt zich in het Oude Noorden aan de Hooglandstraat 67. 

Het buurtatelier bevindt zich op de begane grond van het Jan van de Ploeghuis en heeft een eigen ingang aan de Hooglandstraat. Het is een lichte ruimte van bijna 40 m². Er wordt op dit moment met veel enthousiasme gewerkt aan het realiseren van de inrichtingsplannen. De planning is dat het buurtatelier nog deze zomer beschikbaar komt voor het geven van workshops en cursussen. 

Heb je ideeën voor de inrichting of voor het gebruik van het buurtatelier, dan horen we die graag. Stuur even een kort mailtje met je idee, je naam en je telefoonnummer naar info@pietroovershuis.nl, dan nemen we snel contact met je op. 

Binnenkort komen ook vijf particuliere atelierruimtes in het complex te huur voor senioren-kunstenaars. De ruimtes hebben een oppervlakte van + 20 m² en zijn voorzien van een pantry. De ateliers bevinden zich op verschillende etages in het complex en zijn bereikbaar met een lift. Ben je op zoek naar atelierruimte, neem dan per mail contact op voor meer informatie via info@pietroovershuis.nl 

Hartelijke groet, 

Stichting Woonwerkplaats Piet Roovershuis 

Namens het bestuur 

Gera Esser 

“Gebarsten brillenglas, een kegel as in olieverf. Jeneverfles. Sigarenwalm. Verbaal een kwast azijn. Kachel. Jazz. 

Laaiend vuur op linnen. In de groeven een refrein, Salt Peanuts (2x) zal dat zijn” – Mathieu Ficheroux over Piet Roovers   

Stichting Woonwerkplaats Piet Roovershuis info@pietroovershuis.nl

Neem contact met ons op!